Nieuwsbrief 44

vrijdag 11 oktober 2019

NVOG/KNVG vragen minister Koolmees om duidelijkheid over gemaakte afspraken.

Gisteren hebben de seniorenorganisaties een gezamenlijke brief gestuurd aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de brief uiten zij hun teleurstelling over de inhoud van de brief “Planning uitwerking pensioenakkoord” die de minister begin deze week aan de Tweede Kamer stuurde.

Naast het feit dat de seniorenorganisaties het teleurstellend vinden dat de Tweede Kamer eerder is geïnformeerd over de planning van de uitwerking dan de organisaties als direct betrokkenen, vinden zij ook dat in de brief van de minister onduidelijkheden staan.

Wij vragen de minister op korte termijn een schriftelijke bevestiging te sturen van de toezeggingen en afspraken van de afgelopen maanden. De brief is verzonden namens KNVG, NVOG, ANBO, KBO-PCOB, NOOM, FNV senioren en CNV senioren.

Brief Seniorenorganisaties aan minister Koolmees

Brief minister Koolmees aan Tweede Kamer

Ouderen en langer zelfstandig thuis wonen.

Veel wordt er gesproken en geschreven over het langer thuis wonen van ouderen.

1.       Zelfredzaamheid van thuiswonende ouderen

Studiedag:

Onlangs was er een studiedag van zorgverleners, thuiszorgorganisaties, zorgverzekeraars en gemeenten over hoe de zelfredzaamheid van thuiswonende ouderen verhoogd zou kunnen worden. De cijfers zijn bekend: Het aantal 65-plussers zal in de komende 20 jaar met ruim 50% toenemen tot bijna 5 miljoen, het aantal 90 plussers zal in de komende 20 jaar met 200% (!) toenemen tot 340.000! Maar het aantal medewerkers in de zorg zal niet evenredig gaan toenemen. Er werken nu meer dan één miljoen mensen in de zorg, er is nu al een personeelstekort. De prognose is dat in 2022 er 150.000 vacatures zullen zijn die niet vervuld kunnen worden.

De rol van de samenleving:

Het beleid van de overheid is erop gericht dat men zo lang mogelijk in een eigen huis blijft wonen.  Professionele hulp voor degenen die dat nodig hebben zal niet evenredig gaan toenemen, terwijl mantelzorg door kinderen of vrijwilligers ook maar beperkt mogelijk zal zijn. Er zit nog wel zorgpotentieel in de samenleving. Men zou bijvoorbeeld meer in voltijd of in ieder geval met grotere dienstverbanden kunnen werken en meer mogelijkheden kunnen creëren om werk beter met zorg te kunnen gaan combineren. Ook zal technologie (E-Health) en hulpmiddelen in de zorg en inrichting van woningen van ouderen tot minder zorg door professionals en mantelzorg kunnen leiden.

De zelfredzaamheid van ouderen zal ook verhoogd moeten worden. Maar belangrijk is ook dat veel mensen door gezond te leven meer jaren in goede gezondheid oud kunnen worden. Ook daar moet aandacht aan besteed worden in het belang van de ouderen zelf en de samenleving die qua leeftijdssamenstelling aan het veranderen is.

De rol van de woningcorporaties:                   

Ook woningcorporaties hebben laten weten hun rol op in de zorg voor de oudere bewoner beter op te pakken. Zij hebben ook steeds meer kwetsbare ouderen als bewoners. Door hun taak in de samenleving zijn woningcorporaties beperkt in wat ze op het gebied van zorg en maatschappelijke hulp kunnen doen, doch zij zien ook manieren om oudere te helpen om veilig en prettig thuis te kunnen blijven wonen. Een veilig huis kan enerzijds helpen om te voorkomen dat ouderen bv. vallen en in het ziekenhuis terecht komen en anderzijds ook het wonen van de ouderen plezierig houden. De woningcorporaties willen ook steeds meer samenwerken met de thuiszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Ook zeggen zij dat niet alleen nieuwbouw het antwoord moet zijn op de vragen van ouderen. Er moet zeker ook aandacht zijn voor het beter gebruiken van de huidige woningvoorraad

Wij hopen dat het niet alleen bij “studie” blijft, maar dat dit ook daadwerkelijk wordt aangepakt. Het project “Langer Thuis” van het Pact voor de Ouderenzorg van het ministerie van VWS werkt ook hieraan, echter dat moet niet alleen landelijk zijn impact hebben, maar zeker ook in de regio en lokaal!

2.       Het wonen zelf

Vorige week organiseerde de commissie ”zorg” van de Twee Kamer een rondetafelgesprek over wonen en zorg voor ouderen met en drietal aandachtspunten:

·         De woonbehoefte van ouderen.

·         De ontwikkeling van verpleeghuizen

·         Passend wonen buiten het verpleeghuis.

De bedoeling van het rondetafelgesprek gesprek is dat de Tweede Kamer luistert naar en discussieert met deskundigen uit de samenleving. Aanwezig waren een 10-tal Kamerleden, vertegenwoordigers van de senioren/gepensioneerdenorganisaties en 10 vertegenwoordigers van organisaties in woon- en zorgsector. Vooraf hadden zij een notitie ingebracht over hoe zij over het wonen voor ouderen dachten en welke ideeën en aanbevelingen zij hebben om daar verbetering in aan te brengen.

Algemeen was de mening dat juist de lokale overheid veel meer activiteiten moest gaan ondernemen om de problemen in de ouderenhuisvesting te voorkomen. Echter daar moet de landelijke overheid wel de mogelijkheid toe geven. Vele gemeenten hebben een onvoldoende inzicht in de demografische opbouw van hun bewoners en de daaruit voortvloeiende woningbehoefte en woningomgeving in de komende jaren.

De gemeenten moeten ook veel meer nadenken over het welzijn van de ouderen en over tussenvormen van wonen, bijvoorbeeld in wooncomplexen voor ouderen. Ook moet er meer aandacht komen voor alleenwonende ouderen. Investeren in wonen en welzijn betekent minder zorg, lagere kosten en hogere kwaliteit van leven voor de ouderen. Uiteraard moet ook aandacht worden gegeven aan de woonlasten voor ouderen!

Wij hebben de hoop dat de Tweede Kamer met alle informatie over wonen van ouderen die zij die middag hebben gekregen het een en ander zal gaan doen.

Joop Blom.

Geraamde statische koopkracht 2020 van AOW-gerechtigden, volgens model NVOG/KNVG

In bijgaande grafiek (onderaan dit artikel) wordt een prognose gegeven van de koopkrachtverandering in 2020 ten opzichte van 2019. Deze is gebaseerd op ons eigen NVOG/KNVG-model, zoals ontwikkeld door Ronald Beelaard van de Commissie Inkomen en koopkracht. In de grafiek geven we voor een aantal situaties en inkomens de effecten weer van de regeringsplannen. Links de effecten voor alleenstaande AOW-ers, rechts voor paren. In de grafiek staat naast elkaar wat er gebeurt zonder korting/indexatie en wat er gebeurt als er 1% resp. 2% zou worden gekort.

Zonder korting (en geen indexatie)

Voor de gepensioneerden wordt er gemiddeld nog een lichte koopkrachtstijging verwacht.

*  De stijging bedraagt voor alleenstaande AOW-ers met alleen AOW 2% (€24,60 per maand), en daalt vrij snel naar circa 0,5% bij aanvullende pensioenen die geringer zijn dan de bruto AOW zelf.

*  Voor paren met alleen AOW is de stijging 1,5% en die daalt naar bijna nul voor hogere aanvullende pensioenen.

Stel: er komt een korting van 1% of 2% op het aanvullend pensioen

Bij een korting van 1% of 2% komt de koopkracht onder nul voor paren met beiden aan aanvullend pensioen vanaf samen circa €17.000. Voor alleenstaanden gebeurt dat iets eerder.

Bij de wat hogere aanvullende pensioenen zal het procentuele koopkrachtverlies ruwweg de helft van de korting bedragen.

Verschillen met Nibud en CPB

Ons koopkrachtplaatje wijkt op een aantal punten af van die van Nibud resp. CPB (zie nieuwsbrief 42). De verklaring daarvoor is niet helemaal helder omdat we de details van Nibud en zeker die van het  CPB niet kennen.

Zaken die in ieder geval in onze eigen berekeningen zitten

*   De wijzigingen in belastingheffing en toeslagen zoals die in het belastingplan 2020 (onderdeel van de miljoenennota) zijn opgenomen, incl. het verdwijnen van een belastingschijf.

*   Aanpassingen in het belastingplan 2019 (dat inmiddels tot wet is verheven), voor zover die wijzigingen betrekking hebben op 2020.

*   Zo nauwkeurig mogelijk berekende AOW uitkeringen voor beide helften van 2020. Deze is gebaseerd op het tot nu toe bekende (2019) indexcijfer voor de cao-lonen, dat invloed heeft op het minimumloon voor beide delen van het volgend jaar, welke op zich weer invloed heeft op de AOW-uitkering.

 Inflatieontwikkeling volgens de HICP inschatting van het CPB. Dit is een EU gedefinieerd indexcijfer dat – in tegenstelling tot de vaak gebruikte CPI – geen lastenontwikkeling van koopwoningen bevat.  De lasten van huurwoningen maakt daar wel deel van uit, maar die  wordt geneutraliseerd door de van toepassing zijnde huursubsidie.

*  Door het ministerie ingeschatte ontwikkelingen op het gebied van zorgkosten, zoals de zogenaamde standaardpremie, inkomensafhankelijke bijdrage en zorgtoeslag.

*  Het zogenaamde verzilveringsprobleem, optredend  bij kleinere inkomens.

Zaken die niet in deze berekeningen zitten, maar in het model wel mogelijk zijn

*  Combinaties van inkomen uit vroegere arbeid (= AOW + pensioen) en inkomen uit tegenwoordige arbeid (= werk).

*  Situaties waarbij een van de partners in 2019/20 nog niet AOW-gerechtigd is.

*  Eigen woning, bijtelling en/of aftrek wegens hypotheek.

*  Inkomsten uit aanmerkelijk belang volgens box 2 (tarief verandert in 2020).

*  Inkomsten en vrijstellingen in box 3 (verandert voortdurend iets mee en zo ook in 2020).

*  Huren en huurtoeslag.

Grafiek Prinsjesdag 2019-1.3 Verwachting koopkrachtontwikkeling gepensioneerden

Algemene Vergadering 13 november 2019

Op woensdag 13 november a.s. zal in Culemborg weer een Algemene Vergadering van NVOG en KNVG worden gehouden. Evenals de vergadering van 11 september zal deze bijeenkomst vrijwel geheel in het teken staan van de voorgenomen fusie.

De uitnodiging, de agenda en bijbehorende vergaderstukken zijn vandaag per e-mail aan de lid-organisaties gestuurd. Leden van aangesloten verenigingen kunnen zich tot 9 november opgeven bij Belinda Koops van het NVOG secretariaat: nvog@gepensioneerden.nl

Geplaatst in NVOG.