Nieuwsbrief 39

zaterdag 31 augustus 2019

In de afgelopen maanden groeide de onrust

In de bestuursvergadering en de vergadering met de platformvoorzitters van NVOG op 28 augustus is langdurig stilgestaan bij de onrust die meer en meer ontstaat bij de gepensioneerden. Door de slechte renteontwikkelingen dreigen de kortingen van pensioenen alleen maar dichterbij te komen en er is geen enkel bericht over de voortgang van de pensioendiscussie. Terwijl juist die kortingen op de korte termijn een rol gaan spelen. Voor een aantal pensioenfondsen, vanwege de steeds maar dalende rente, waarschijnlijk al in 2020 (PMT en PME) en voor anderen (PFZW en ABP) in 2021. Bij elkaar gaat het om ruim 65% van de gepensioneerden. Ook KNVG en NVOG worden met de vraag geconfronteerd wat zij hieraan gaan doen.

Het probleem is dat in de vakantietijd heel weinig gebeurt en dat in de zogeheten komkommertijd van de media van alles door (vaak onwetende) journalisten van alles wordt geschreven of ten gehore gebracht.  De Tweede Kamer is op reces, ambtenaren en ministers hebben zo hun vakantieweken en voorzitters en bestuursleden trekken er ook even tussenuit. Dat laatste is overigens maar betrekkelijk, want met de huidige moderne middelen komen vragen per telefoon en per mail toch dagelijks binnen. Na het bereiken van het pensioenakkoord werd duidelijk dat er nog heel veel zou moeten worden uitgewerkt en dat er een stuurgroep zou komen om de kar van de uitwerking te trekken. Inmiddels is bekend dat die stuurgroep 15 september echt aan de slag gaat.

Wat doen de besturen van NVOG en KNVG?

Een terechte vraag, want het gaat echt ergens over. De korte termijnproblematiek schaadt het vertrouwen in het pensioenstelsel, tenminste van wat er nog over is, en de onbekendheid met wat nu verder eigenlijk gaat gebeuren, doet mensen het ergste vrezen voor de toekomst. Bovendien merk je elke maand dat de inkomsten achterblijven bij de ontwikkeling van de kosten. Een tweeledige opdracht voor de besturen van de koepels. Actief participeren in de discussie over de uitwerking van het pensioenstelsel en directe actie nu tegen de dreigende kortingen.

Het eerste zal plaatsvinden in de klankbordgroep, waarbij de organisaties van gepensioneerden en ouderen (samen met jongerenorganisaties) actief betrokken worden bij de uitwerking van de stuurgroep. Dat gaat frequent gebeuren en wel op alle relevante momenten in de discussie. Over de concrete invulling hebben we de minister schriftelijke vragen gesteld. De antwoorden worden door de stuurgroep na 15 september gegeven. Hoe de organisatie van de uitwerking zal plaatsvinden komt in de paragraaf hierna. Van belang is dat wij er vooralsnog van uitgaan dat de toezegging dat wij actief zullen en kunnen meedoen in de uitwerking daadwerkelijk zal worden nagekomen. Gesprekken met het ministerie en met bijvoorbeeld de vakbonden tot nu toe, geven aanleiding tot enig optimisme. Dat is anders en positiever dan tot nu toe het geval was. Maar mochten we het gevoel krijgen toch niet serieus te worden genomen, dan is dat niet acceptabel en zullen we natuurlijk er alles aan doen om meer dan forse druk op de ketel te zetten.

Organisatie van de uitwerking

Het is de bedoeling dat de stuurgroep, die de uitwerking coördineert, bestaat uit drie vertegenwoordigers van de verschillende vakbonden en drie van de werkgeversorganisaties, aangevuld met drie ambtenaren. De stuurgroep zal worden voorgezeten door Gert Jan Buitendijk, de directeur Werk van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), ambtelijk secretaris is de medewerker pensioenen van het ministerie. Minister Koolmees maakt zelf geen deel uit van de stuurgroep. Hij maakt deel uit van een bestuurlijke achterwacht, voor het geval dat het in de stuurgroep vastloopt.

De stuurgroep laat zich adviseren door deskundigen (hoogleraren etc.), de Pensioenfederatie (een overkoepelende belangenbehartiger van bijna alle Nederlandse pensioenfondsen) en de Vereniging van Verzekeraars. Daarnaast komt er een klankbordgroep waarmee de stuurgroep overleg zal hebben. Hierin zijn vertegenwoordigd: de organisaties van gepensioneerden en ouderen en de jongerenorganisaties. Dit overleg is alleen zinvol als ook de klankbordgroep van alle informatie wordt voorzien en daadwerkelijk mede invloed kan uitoefenen op alle relevante momenten. Het wordt dus niet de vraag om te tekenen bij het kruisje. Maar nogmaals, als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan zal het probleem voor de stuurgroep groot worden.

Naar de inhoud

Dwars door elkaar lopen twee zaken: de uitwerking van het pensioenakkoord (voor de langere termijn) en op korte termijn de zeer urgente vraag hoe kortingen kunnen worden voorkomen en hoe de koopkracht van gepensioneerden kan worden hersteld. Met in het verlengde daarvan de vraag wat het kabinet op Prinsjesdag op dit punt zal presenteren.

Over onze inbreng in de uitwerking van het pensioenakkoord in de volgende paragraaf. Wat de dreigende kortingen betreft vinden wij (eigenlijk samen met iedere weldenkende Nederlander) dat er alles aan moet worden gedaan om het enige echte probleem, de onjuiste invloed van de rekenrente, ook op korte termijn aan te pakken. Het is bekend dat het kabinet wel in het achterhoofd heeft dat in de uitwerking van het pensioenakkoord de rekenregels tegen het licht zullen worden gehouden, maar men is in ieder geval van oordeel dat er, zolang er nog geen uitwerking is, daarop niet kan worden vooruitgelopen met het op korte termijn doorvoeren van een andere rekenrente. Ook niet tijdelijk. Wij vinden dat dit wel kan en moet en wij zullen dit de komende tijd nadrukkelijk aan de orde stellen.

Gelet op de houding van de Tweede Kamer tot nu toe, zal er politiek gezien gewerkt worden aan een soort tussenoplossing via een andere weg. Het FNV heeft al voorgesteld de AOW te verhogen ter compensatie van het koopkrachtverlies en er gaan geruchten dat dit ook serieus (met het oog op Prinsjesdag) door het kabinet en door leden van de Tweede Kamer wordt bekeken. Wij zijn tegen deze oplossing, omdat daarmee het echte probleem wordt omzeild en mogelijk sluipenderwijs het pensioensysteem groeit in de richting van een groter deel via het omslagsysteem. Een langzame ondergraving van ons mooie stelsel met in de tweede pijler het kapitaal gedekte systeem van gespaarde pensioengelden. De besturen vindt het hooguit verdedigbaar als niet de AOW wordt verhoogd maar wel de maandelijkse toeslag. Die is nu ongeveer € 25,-, maar die zou naar ons oordeel heel goed op bijvoorbeeld € 50,= per maand kunnen worden gezet. Onder de voorwaarde dat het om een tijdelijk oplossing gaat en dat er geen invloed van mag uitgaan op de uitwerkingsdiscussie van het pensioenakkoord. Maar, zoals een bestuurslid opmerkte, in dit stadium moeten we ons realiseren dat geld wel geld is, waar het ook vandaan komt!

Uitwerking van het pensioenakkoord

Belangrijke vragen in de uitwerking zijn: 1. de afschaffing van de zogenaamde doorsneepremie en de consequenties daarvan. 2. het doorrekenen van alle wensen, bijvoorbeeld ook die met betrekking tot het doen van keuzes eerder geld op te nemen en 3. het doorvoeren van het life cycle principe.

Bij de afschaffing van de doorsneepremie komen oudere werknemers in de opbouw van hun pensioen tekort. Dat bedrag zal moeten worden gecompenseerd. Het gaat om ruwweg € 60 miljard. Omdat het nieuwe pensioenakkoord ervan uitgaat dat er geen zekerheden meer zijn en er daarom geen buffers meer nodig zijn, zou de premie omlaag kunnen. Als dat 15 jaren lang niet gebeurt, kan het verschil tussen de benodigde en daadwerkelijk geïnde premie worden gebruikt voor de compensatie. Mocht dat niet genoeg zijn dan zou er ook geld uit de buffers van pensioenfondsen kunnen worden gebruikt. Op dit moment, nu de dekkingsgraden onder de 100% terecht zijn gekomen en de commissie Dijsselbloem heeft gezegd dat de premies eigenlijk moeten worden verhoogd (mede i.v.m. de bevriezing van de AOW-pensioendatum), is dit allemaal dus onmogelijk. Waarmee de afschaffing van de doorsneepremie en de compensatie van de oudere werknemers naar de prullenbak kunnen worden verwezen, tenzij de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en het bedrag bijstort. De enige oplossing lijkt echter ook hier het veranderen van de rekenregels.

En dan die rekenregels zelf. Eén ding is zeker, als de rekenregels niet worden aangepast is ons ‘tweede pijler systeem’ failliet. Waarom zouden we met elkaar sparen als de rente op het sparen zo ongeveer nul is? Willen we nog iets van de waarde van het voortreffelijke Nederlandse pensioensysteem overeind houden, dan moeten we wat aan de rekenregels doen. En dat kan. Zonder dat we grote risico’s lopen. Als we het rekenrendement bepalen op wat een zeer voorzichtig gemiddeld rendement is (bijvoorbeeld 2 tot 2,5%) en we tellen daarbij de kosten van ongeveer 0,5% op, dan kunnen we prima met een bruto totaalrendement van 2,5 tot 3 procent rekenrendement verder. Met gemiddelde rendementen van rond de 7% en rekening houdende met enige terugval op de aandelenmarkten de komende tijd, zijn dat goed haalbare mogelijkheden. En kunnen pensioenfondsen weer doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen, te weten een goed pensioen uitbetalen en werknemers de mogelijkheid geven een goed pensioen op te bouwen. Het rekenrendement wordt dus het allerbelangrijkste punt in de uitwerking van het pensioenakkoord. Daarover verschillen onze organisaties en de vakbonden niet van opvatting. De laatste geluiden bij de werkgevers geven ook enige hoop. Net zoals de standpunten van de PvdA, Groen Links en de Eerste Kamerfractie van het CDA. Het gaat erom nu met elkaar door te pakken en het lef te hebben de rekenrente ter discussie te stellen met de vraag of er toch niet sprake is geweest van een weeffout.

Tenslotte nog de kwestie van het life cycle principe. Grof uitgelegd, pensioenfondsen zouden naar mate deelnemers ouder worden of gepensioneerd zijn, minder risicovol voor hen moeten beleggen. In het pensioenakkoord staat wel dat pensioenfondsen daarvan mogen afwijken, maar ze moeten dat het met het oog op hun eigen situatie met redenen omkleden (en getoetst door DNB?). Wij vinden dat dit onzin is. De achterliggende gedachte dat ouderen en gepensioneerden vastigheid verkiezen voor onzekerheid blijkt bij goed wetenschappelijk onderzoek (Pensioenfederatie) juist niet het geval. Jongeren kiezen meer voor zekerheid en ouderen accepteren meer onzekerheid als de kans om daardoor hogere pensioenen te krijgen groter wordt. Bovendien, door het zogenaamde ‘uniform beleggen’ voorkom je ook een heleboel administratieve rompslomp bij de pensioenfondsen. Uniform beleggen betekent het hanteren van eenzelfde beleggingsmix vanaf het moment van premiebetaling tot het moment van overlijden. En als pensioenfondsen om hen moverende redenen daarvan willen afwijken? Geef ze alsjeblieft de vrijheid. De overheid heeft al veel te veel dichtgetimmerd.

Tenslotte

Er is de komende tijd nog veel werk te doen. We hebben nu, meer dan vroeger, mogelijkheden om onze invloed uit te oefenen. Het zal van ons enorm veel (vrijwilligers-)tijd vragen. Ook meer dan vroeger. Maar we gaan ervoor. Het gaat tenslotte niet om niets.

Jaap van der Spek

Geplaatst in NVOG, Standaard.